Kort geleden wandelde ik met mijn hond voor mijn huis richting rivier De Zijl, langs een met dikke laag kroos bedekte sloot. Aan het eind van die sloot bevindt zich een gemaal, dat in verbinding staat met De Zijl. Twee mannen waren voor dat gemaal op hun knieën hevig aan het overleggen, starend naar een mysterieus object in de sloot.

Hun blik verplaatste zich plotsklaps naar mij en één van hen riep in het plat Leids: “Meneer, meneer, ken je misschien effe helluppe?”
Ik vroeg wat er aan de hand was. “Er lig hier een kis onder het kroost, dat die man hier graag zou wille hebbe, maar ik ken nie tille, want ik heb maar één hand!”
Ik begaf mij naar de slootkant, waar het wateroppervlak zich ongeveer 40 cm onder de walkant bevond. De wal was begroeid met hoog gras, waar honden deze strook hadden gebruikt om hun behoefte te doen. De geur was dan ook niet verfrissend!
“Hoe groot is die kist?” vroeg ik. “ik denkt dat ie ongeveer een kubieke meter is, maar hij is gebouwd van 2,5 cm dik vurehout” Ik gaf aan, dat dit een hele klus zou worden, want dat hout is drijfnat en hierdoor ontzettend zwaar. Bovendien, zoals deze nu lag, bevond zich er een kubieke meter water in, dat betekent 1000 kilo!

Op de knieën, gebogen over het water, begonnen we met een krachtinspanning de archeologische vondst boven het wateroppervlak te krijgen. En jawel, de kist gaf op een gegeven moment 10 cm van zijn geheimen prijs.
“Teerring, wat is dat pokke ding looiig!” uitte de opdrachtgever ter rechterzijde van me! “Misschien is het verstandig, als we de kist kantelen!” gaf ik aan. “Dat scheelt in ieder geval 1000 kg aan water!” “Oja, dah ken!” Zo gezegd zo gedaan. Nou ja: ‘zo’! Er was heel wat spierkracht voor nodig! Naast de geuren die de honden hadden verspreid langs de waterkant, bracht de amateurarcheoloog door zijn inspanning geluiden voort, die bekrachtigd werd met een sterkere geur dan van de hondenuitwerpselen! Mijn hemel!

De kist was ontzettend glad en je had totaal geen houvast, bovendien was de stank rondom me ondraaglijk. Het kroos had inmiddels ook mijn schouders bereikt. Toen we hem er half uit hadden, kon de tweehandige man hem niet meer houden en glipte hij uit zijn handen. Met een enorm plons belandde de kist weer in zijn oorspronkelijke positie. Ondertussen was ik bekleed met net zoveel kroos als zich in de kist bevond.
“Teerring! As motte we hem maar vergete, dat pokke ding!” merkte de eenhandige man op.
Ik zei: “Kom op, we laten ons niet kisten! Laten we het nog één keer met een grote krachtinspanning proberen” zei ik enthousiast. Meneer ‘Teerring’ gaf met zijn nog aanwezige hand rondzwaaiende aanwijzingen en moedigde ons met veel woordenboekvreemde uitdrukkingen aan.
Eén, twee en met een oerkreet lukte het ons om de bijzondere vondst uit het water te krijgen. Dit gebeurde zodanig, dat we beiden achterover vielen en de kist gedeeltelijk op ons belandde en de rest van het water over ons leeggoot. Ik was kapot, drijfnat, onder het kroos en stonk!

Mijn hond had al die tijd zittend het schouwspel gadegeslagen met een blik van: waar zijn die drie malloten in hemelsnaam mee bezig!
“Kom maar Sunnie, dan gaan we even naar het water!” De hond huppelde enthousiast met me mee naar De Zijl en nam een verfrissende duik in de rivier. Nou ja ‘duik’, eerst voelde ze met één poot of het water koud en nat was, waarop na enige tijd haar buik net het water bereikte, want verder erin vindt ze eng!
Ik nam ondertussen wat bibberend plaats op het bankje langs het water om op adem te komen, met mijn rug naar de twee mannen toe om het schouwspel niet langer aan te hoeven zien. Horen kon ik ze in ieder geval nog wel!

“Meneer, meneer, ken je nog effe helluppe, want we krijge hem nie op die bakfies en ik hebt geen grip met die ene hand!” Ja, wat doe je dan als eeuwige hulpverlener? Ik antwoordde: “Tuurlijk, geen probleem!” We hebben de kist op de bakfiets geplaatst, die bijna in tweeën brak door het gewicht. Vervolgens ben ik met mijn viervoeter gelijk maar doorgelopen richting huis, want ik had het stervenskoud en stonk een uur in de wind!

Daar aangekomen liep ik zwalkend de achtertuin in, groen als de hulk! “Wat doe jij dan allemaal als je de hond uitlaat? Wat zie je er uit!” kreeg ik met verbazende toon te horen. Over de haag kijkend sloegen een aantal buren het schouwspel gade.
Ik gaf aan: “Geef jij de hond maar even een kluifje, dat heeft ze wel verdiend. Ik ga douchen!”
“Maar niet voordat je buiten je kleren hebt uitgedaan en je schoon gespoten bent met de tuinslang, want zo ga je niet naar binnen!”
Het aantal hoofden over de haag nam toe, vooral van het vrouwelijk geslacht.

Soms vind ik de hond uitlaten geen leuke bezigheid……