Bureaucratische rampen

Ruim dertig jaar geleden waren bankkantoren ruimschoots aanwezig. In die tijd werd nog niet zoveel gebruik gemaakt van bankzaken, omdat nog veel lonen contant werden uitbetaald. Ook werd er zeer weinig gebruik gemaakt van digitaal geld en bankpassen. Voor storting, opnamen of afschriften behoefde men niet te betalen. Van megalomane hoofdkantoren was nog geen sprake,

Vandaag de dag gaan alle betalingen via de bank en dit gebeurt digitaal. Het zal dan ook niet lang meer duren of het contante geld zal geheel verdwijnen. Een bank zal dan alleen nog te maken hebben met ‘plastiek geld’, dat zonder tussenkomst van bankmedewerkers, automatisch zal worden verwerkt.

Op veel plaatsen in de stad vond je banken, waar de medewerkers je uitgebreid te woord stonden. Geld opnemen of wisselen was een kwestie van enkele minuten en dat zonder kosten! Je ontving dagelijks afschriften, die niet werden doorberekend. Je kon rechtstreeks bellen met je bankkantoor, zonder keuzemenu’s. Heel veel medewerkers op vele posten stonden (nieuwe) klanten uitgebreid te woord.

De meeste kantoren zijn nu uit de stad verdwenen. Banken zijn alleen bereikbaar via een centraal nummer en je wordt zelden doorverbonden met de bank in je gemeente. De geldautomaten, die in de stad werden geplaatst zijn, mede in verband met plofkraken, verdwenen. Heb je een vraag aan de bank, dan kun je een email sturen of chatten, dat meestal niet lukt, omdat het ‘te druk’ is. Om iemand aan de telefoon te krijgen is moeilijk, vele keuze menu’s, dat uiteindelijk tot niets leidt.

Voor iedere handeling van de bank moet tegenwoordig worden betaald: afschriften, storten van geld, etc. Medewerkers van banken zijn verhuisd en nu  gehuisvest in zeer luxueuze onderkomens. Het geld klots tegen de muren op. En de burger? Die betaalt de rekening!